|
Verkeersbord B13. Verkeersbord dat het verkeersbord
B11
aankondigt op de bij benadering aangeduide afstand.
1° Dit verkeersbord moet geplaatst worden :
a) buiten de bebouwde kommen indien het verkeersbord B11
wegens de plaatsgesteldheid niet waarneembaar is op ongeveer
100 m;
b) bij het naderen van het einde van een autosnelweg;
c) bij het naderen van het knooppunt van twee autosnelwegen,
voor de bestuurders die voorrang moeten verlenen aan hen die
op de andere autosnelweg rijden.
2° Dit verkeersbord moet niet geplaatst worden als het
niet kan op ten minste 250 m van het kruispunt.
3° Dit verkeersbord mag niet geplaatst worden :
a) indien het verkeersbord B11 waarneembaar is op ongeveer
100 m;
b) in de bebouwde kommen.
4° Het blauwe bord onder dit verkeersbord moet
overeenstemmen met het bord van het
type
Ia van de bijlage 2 tot dit besluit.
|