Code du gestionnaire / Code van de beheerders.

B5

B5

Signal B5. Marquer l'arrêt et céder le passage.

1° Ce signal ne peut être placé que :

a) si en raison de la disposition des lieux, le manque de visibilité est tel que les conducteurs ne pourraient céder le passage sans devoir s'arrêter;

b) dans les cas prévus à l'article 61.3.2. du règlement général sur la police de la circulation routière.

2° Ce signal est placé à proximité immédiate de l'endroit où les conducteurs doivent marquer l'arrêt et céder le passage.

[Il doit être complété selon le cas par un panneau additionnel du modèle M9 ou Ml0 prévu à l'article 65.2. du règlement général sur la police de la circulation routière :

a) lorsqu'à l'entrée d'un carrefour, une piste cyclable à deux sens de circulation est marquée au sol;

b)lorsque sur une voie publique à sens unique, la circulation des cyclistes et, le cas échéant, des conducteurs de cyclomoteurs à deux roues est autorisée dans les deux sens.

Il doit être complété par le panneau additionnel du modèle M8 prévu à l'article 65.2. du règlement général sur la police de la circulation routière lorsque le signal est uniquement applicable aux cyclistes et aux conducteurs de cyclomoteurs à deux roues et si en raison de la disposition particulière des lieux, son placement peut induire en erreur les autres usagers.

A.M. du 20 juillet 1990. - Art. 4.30. - M.B. du 25 septembre 1990.]

3° Ce signal n'est placé que si en même temps le signal B9 ou B15 est placé sur la voie publique ou sur la chaussée suivie par les conducteurs auxquels le passage doit être cédé.

Toutefois, les signaux B9 ou B15 ne doivent pas être placés :

a) si le signal B5 est placé sur un sentier ou un chemin de terre;

b) si en raison de la disposition particulière des lieux, leur placement peut induire les conducteurs en erreur en ce qui concerne les règles de priorité au carrefour suivant.

[c) lorsque le signal B5 concerne uniquement les cyclistes et les conducteurs de cyclomoteurs à deux roues.

A.M. du 20 juillet 1990. - Art. 4.4°. - M.B. du 25 septembre 1990.]

[d) Lorsque le signal B5 est placé à la sortie d'une zone délimitée par les signaux F12a et F12b.

A.M. du 19 décembre 1991. - M.B. du 31 décembre 1991.]

4° a) Ce signal doit être répété à gauche des chaussées à sens unique dont la largeur permet la circulation sur plusieurs files;

b) le signal B5 ne peut être placé sur une voie d'accès à une autoroute;

c) le signal B5 ne peut être répété à gauche d'une chaussée qui forme avec celle qu'elle rejoint un angle tellement aigu que le conducteur qui bénéficie de la priorité pourrait croire que ce signal le concerne;

d) il est interdit de placer au même débouché dans un carrefour plus de deux signaux B5.


Verkeersbord B5. Stoppen en voorrang verlenen.

1° Dit verkeersbord mag slechts geplaatst worden :

a) indien, ingevolge de plaatsgesteldheid, het uitzicht zodanig beperkt is dat de bestuurders geen voorrang zouden kunnen verlenen zonder te moeten stoppen;

b) in de gevallen voorzien bij artikel 61.3.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

2° Dit verkeersbord wordt geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de bestuurders moeten stoppen en voorrang verlenen.

[Het moet naargelang van het geval aangevuld worden met een onderbord van het model M9 of M10 bedoeld in artikel 65.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer :

a) wanneer er bij het oprijden van een kruispunt een fietspad dat in twee richtingen bereden wordt gemarkeerd is;

b) wanneer op een openbare weg met éénrichtingsverkeer het verkeer van fietsers en eventueel van bestuurders van tweewielige bromfietsen in beide richtingen toegelaten is.

Het moet aangevuld worden met een onderbord van het model M8 bedoeld in artikel 65.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer wanneer het verkeersbord alleen geldt voor de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en de plaatsing wegens de bijzondere plaatsgesteldheid misleidend kan zijn voor de andere gebruikers.

M.B. van 20 juli 1990 - Art.4.3°. - B.S. van 25 september 1990.]

3° Dit verkeersbord wordt slechts geplaatst indien terzelfdertijd het verkeersbord B9 of B15 wordt geplaatst op de openbare weg of op de rijbaan die gevolgd wordt door de bestuurders aan wie voorrang moet verleend worden.

De verkeersborden B9 of B15 moeten evenwel niet geplaatst worden :

a) indien het verkeersbord B5 op een pad of een aardeweg geplaatst is;

b) indien hun plaatsing, wegens de bijzondere plaatstgesteldheid, de bestuurders kan misleiden omtrent de voorrangsregels aan het volgende kruispunt.

[c) indien het verkeersbord B5 alleen betrekking heeft op fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.

M.B. van 20 juli 1990. - Art. 4.4°. - B.S. van 25 september 1990.]

[d) Wanneer het verkeersbord B5 geplaatst is aan de uitgang van een zone afgebakend door de verkeersborden F12a en F12b.

M.B. van 19 december 1991. - B.S. van 31 december 1991.]

4° a) Dit verkeersbord moet links herhaald worden op rijbanen met éénrichtingsverkeer waarvan de breedte het verkeer in meerdere files toelaat;

b) het verkeersbord B5 mag niet geplaatst worden op een oprit tot een autosnelweg;

c) het verkeersbord B5 mag niet herhaald worden links van een rijbaan die met de rijbaan waar ze op uitkomt een hoek vormt die zodanig scherp is dat de bestuurder die voorrang geniet zou kunnen menen dat dit verkeersbord hem betreft;

d) het is verboden aan dezelfde uitrit op een kruispunt meer dan twee verkeersborden B5 te plaatsen.


Vroegere

Volgende

Terug

Vroegere

Volgende

Terug

Précédent

Suivant

Retour

Sommaire / Inhoud