|
Verkeersbord E11. Halfmaandelijks parkeren in gans de
bebouwde kom.
Dit verkeersbord wordt geplaatst in het midden bovenop de
verkeersborden F1.
De afwijkingen op de algemene regel van het halfmaandelijks
beurtelings parkerena voorzien in artikel 26 van het
algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, moeten
tot een strikt minimum worden beperkt; dit geldt in het
bijzonder voor de reglementering die permanent het parkeren
aan een zelfde kant van een rijbaan zou opleggen.
Om het parkeren aan weerskanten van een rijbaan toe te
laten, moet men :
- hetzij aan de twee kanten van deze rijbaan een parkeerzone
afbakenen door een brede witte doorlopende streep;
- hetzij aan elke kant van de rijbaan verkeersborden
E9a
plaatsen; in dit geval mogen deze verkeersborden met geen
enkel blauw onderbord aangevuld worden.
Indien het parkeren of het stilstaan en parkeren slechts aan
één kant van de rijbaan moet worden verboden
over een lange afstand, of beperkt, dan moet aan de andere
kant van de rijbaan een parkeerzone worden afgebakend om er
het parkeren toe te laten gedurende welke helft van de maand
ook.
Hetzelfde geldt indien aan een kant van de rijbaan het
parkeren op een trottoir of op een verhoogde berm is
toegelaten.
Op de rijbaan waar het halfmaandelijks beurtelings parkeren
verplicht is, mag geen enkele andere aanvullende
reglementering van het stilstaan of parkeren zijn dan :
- de verplichting tot het aanbrengen van de parkeerschijf,
gematerialiseerd door het verkeersbord E13 of de
verkeersborden E5 en
E7 aangevuld met een onderbord van het
type
VIIb van bijlage 2 tot dit besluit waarop het symbool
van de parkeerschijf voorkomt;
het parkeerverbod over een korte afstand, gematerialiseerd
door een gele onderbroken streep;
- het verbod te parkeren of stil te staan en te parkeren
over een korte afstand, gematerialiseerd door
één van de verkeersborden
E1 of
E3; in dit geval mogen deze verkeersborden evenwel met
geen enkel blauw onderbord aangevuld worden.
In het geval van rijbanen die niet omgeven zijn door
bebouwing of wanneer de gebouwen een doorlopende nummering
hebben en de algemene regel van het halfmaandelijks
beurtelings parkeren moet worden toegepast, moeten
verkeersborden E5 en E7 worden geplaatst.
[
Opgeheven.
M.B. van 19 december 1991. - B.S. van 31 december 1991.]
[Betalend parkeren.
1° Aangezien de parkeermeters en parkeerautomaten
gelijkstaan met verkeersborden en zij uit zichzelf bindend
zijn, moet, waar zij worden aangebracht, geen enkel
verkeersbord betreffende het parkeren geplaatst worden.
Wanneer het gaat om toestellen die het parkeren op een
geheel van parkeerplaatsen regelen, dienen deze
parkeerplaatsen gesignaleerd te worden door een van de
verkeersborden E9a tot E9h aangevuld met het onderbord met
de vermelding "ticket" overeenkomstig het algemeen reglement
op de politie van het wegverkeer, behalve wanneer deze
parkeerplaatsen gelegen zijn in een zone die aangeduid wordt
met een van de zoneborden E9a tot E9h aangevuld met het
opschrift "Betalend". De toestellen die het parkeren op een
geheel van parkeerplaatsen regelen, dienen zodanig opgesteld
of gesignaleerd te worden dat zij goed zichtbaar en
gemakkelijk bereikbaar zijn.
Op de toestellen moet de geldende reglementering aangeduid
worden.
Zij moeten in ieder geval een gemakkelijke controle mogelijk
maken.
2° wanneer gebruik moet gemaakt worden van een
betaalparkeerkaart worden de verkeersborden van het type E5
en E7 of E9a tot E9h aangevuld door een onderbord met de
vermelding "betalend" overeenkomstig het algemeen reglement
op de politie van het wegverkeer.
De vermelding "betalend" mag aangevuld worden met een
bijkomende vermelding om aan te duiden :
- de periode gedurende dewelke de betaalkaart moet gebruikt
worden;
- het verschuldigde bedrag;
- de maximumduur.
M.B. van 19 december 1991. - B.S. van 31 december 1991.]
|