|
Verkeersborden F25 en F27. Voorwegwijzers.
1° a) Het verkeersbord F25 duidt in schemavorm de
verschillende richtingen van de wegen aan zonder bijkomstige
details, zoals verkeersgeleiders, bermen, enz.
De weg die aan het kruispunt voorrang heeft wordt op dit
verkeersbord door een bredere streep voorgesteld.
b) Indien de weg een enkel nummer heeft, mag dit worden
ingeschreven in de overeenkomende pijl; heeft de weg
meerdere nummers dan mogen deze vermeld worden tegenover de
overeenkomende bestemmingen.
2° a) De oppervlakte van het verkeersbord F27 wordt
verdeeld in meerdere gedeelten waarvan de opeenvolging van
boven naar beneden in beginsel als volgt is :
- de richtingen in rechte lijn;
- de richtingen naar links;
- de richtingen naar rechts.
b) In elk gedeelte wordt een pijl geplaatst :
- voor al de richtingen in rechte lijn : een pijl naar
omhoog, links op het bord;
- voor al de richtingen naar links : een pijl naar links,
links op het bord.
- voor al de richtingen naar rechts : een pijl naar rechts,
rechts op het bord.
c) In elk gedeelte :
- wordt, indien de weg één enkel nummer heeft,
dat nummer ingeschreven aan de tegenovergestelde kant van
deze die aan de pijl is voorbehouden;
- worden, indien de weg meerdere nummers heeft, deze nummers
ingeschreven tegenover de bestemmingen waaraan ze
beantwoorden, aan de tegenovergestelde kant van deze die aan
de pijl is voorbehouden.
3° De verkeersborden F25 en F27 geven geen enkele
aanduiding van de afstand in km. Voor elke richting is het
aantal opschriften beperkt tot drie; deze opschriften volgen
elkaar op in dalende orde van afstand, te beginnen bovenaan
het verkeersbord.
[4°. De letterhoogte voor de naam van
de bestemmingen bedraagt ten minste :
- 0,24 m op de autosnelwegen en de wegen waar de maximum
toegelaten snelheid hoger ligt dan 90 km/u;
- 0,18 m op de wegen waar de maximum toegelaten snelheid
hoger ligt dan [70]km/u en gelijk is of lager dan 90
km/u;
- 0,12 m op de wegen waar de maximum toegelaten snelheid
gelijk is of lager ligt dan [70] km/u.
M.B. van 1 februari 1991. - B.S. van 14 maart 1991.]
en M.B. van 19 december 1991 - B.S. van 31 december
1991.]
5° Deze verkeersborden worden geplaatst op een afstand
van ongeveer :
- 200 m van het kruispunt, buiten de bebouwde kom;
- 100 m van het kruispunt, in de bebouwde kommen.
Deze afstanden mogen vergroot worden indien de snelheid de
verkeersdichtheid of de plaatsgesteldheid het wenselijk
maken, en ook aan belangrijke kruispunten waar een
rijstrookkeuze noodzakelijk is.
[6°. Uitzonderlijk en wanneer de organisatie van het
verkeer het rechtvaardigt, mogen deze borden aangevuld
worden met de aanduiding van een wegstation, auto-slaaptrein
of van een cultureel park, een recreatie of pretpark waar
het aantal bezoekers meer dan 75.000 per jaar bedraagt.
In dit geval worden de kleuren gebruikt die voorzien zijn
voor de categorie van het betrokken verkeersbord. De
bepalingen van artikel
inzake hoogte van de letters en symbolen, zijn van
toepassing.
M.B. van 1 februari 1991. - B.S. van 14 maart 1991.]
|